Waar de wereld van nu om vraagt… 

Mijn studenten van de zogenaamd de ‘KOP’ -opleiding komen rustig binnen. Dit is een opleiding waarin studenten met een HBO- vooropleiding, binnen een jaar worden bijgeschoold om voor de klas te staan. Zo stond er voor vandaag op het programma: “een pakkend begin”. Hoe zorgen we voor een pakkend begin? Oftewel hoe motiveren wij onze leerlingen voor een onderwerp? Na mijn uitleg stak een van mijn studenten zijn vinger op en vroeg: “Bij mij op school hebben ze een studieplanning gemaakt waar ik mij als docent aan hoor te houden. En als ik een kwartier van mijn les moet besteden om leerlingen eerst te motiveren voor een onderwerp, hoe ga ik dan mijn programma af krijgen?”

Als lerarenopleider is het te begrijpen waarom studenten, in dit geval met een paar weken onderwijservaring, zich zo vast klemmen aan een methode. Een methode biedt ze immers de nodige structuur en houvast om hun pedagogische en didactische vaardigheden (van der Grift) te kunnen ontwikkelen. Gelukkig durven docenten met een paar jaar onderwijservaring te variëren met verschillende methodes en projecten, mits ze geen zogenoemde “methode-slaaf” zijn geworden. Maar de vraag is: hebben we met de komst van het digitaal tijdperk nog wel een methode nodig? 

Methodes zijn jaren geleden ontworpen om de eindexamentermen te dekken en zo de leerlingen voor te bereiden op de toetsen en uiteindelijk het eindexamen. Ondanks dat elke uitgever denkt dat hij de beste methode heeft, die uiteindelijk ook zorgt voor het hoogste slagingspercentage, ben ik van mening dat daar voor de docent nog een grote rol in is weggelegd. Maar wat is die rol? En hoe verandert de rol van de docent met de komst van het digitaal tijdperk? Als we ervan uitgaan dat met de komst van internet de wereld meer geïnteresseerd is in wat men doet met de kennis, dan in het vergaren van de kennis zelf, kunnen we begrijpen waarom ongeveer 50% van de succesvolle werknemers bij Google andersopgeleid zijn (Tony Wagner). Als vaardigheden dus net zo belangrijk zijn geworden als het bezit van kennis, moeten wij docenten daarop gaan inspelen en onszelf afvragen hoe efficiënt wij omgaan met onze onderwijstijd. 

Zo stelt Sugata Mitra ons tijdens het congres Making Shift Happen 2015 de vraag: “Wat zou er gebeuren als we het gebruik van internet tijdens het eindexamen zouden toestaan?” Waarom klinkt dit als larie voor de gemiddelde docent? Waar zijn we bang voor? Bijvoorbeeld dat onze leerlingen alle antwoorden kunnen opzoeken? Wat zegt dat dan over onze eindexamenvragen? In hoeverre toetst dan het eindexamen de vaardigheden waar de wereld van nu om vraagt? En als het eindexamen dat al niet doet, in hoeverre doen methodes dat dan wel? Zeker als we weten dat de informatie uit een methode vaak voor 4-5 jaar vast staat en op internet de informatie soms zelfs na een minuut wordt geüpdatet. 

Mijn student heb ik uiteindelijk kunnen overtuigen van het nut van de onderstaande vragen: Wat willen we onze leerlingen leren en waarom? Welke vaardigheden zijn daarbij belangrijk en waarom? En hoe kunnen we leerlingen daarvoor motiveren? Daarbij heb ik aangegeven dat een methode een prima middel is om je lessen mee vorm te geven, maar dat het zeker niet het enige middel is. Met de komst van het digitaal tijdperk zal de methode echter een steeds zwakkere middel worden en zullen wij meer verantwoordelijkheden moeten nemen in het aanleren van vaardigheden waar de wereld van nu om vraagt. We moeten blijven experimenteren en het niet erg vinden om fouten te maken, mits wij leren van onze fouten. 

Sultan Göksen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s