Dialoog…

Leerling: “Juf, dat doen jullie docenten tijdens vergaderingen dus!”

“Wat doen wij?”

Leerling: “Met poppen spelen, haha!”

“Begrijp je niet Youssra.”

Leerling: “U heeft perongelijk mij gemaild in plaats van juf Youssra. Er stond in het mailtje, vergeet niet je POP mee te nemen, haha!”

“Haha, POP staat voor Persoonlijke OntwikkelingsPlan Youssra ;)”

Leerling: “Oh, oeps haha”

Youssra el A. (Business class)

Juf, in de vakantie heb ik…..

“Wat zal ik toch eens doen? Over een paar dagen moet ik alweer aan de bak!”
De gedachte van zo’n duizenden docenten… Deze week zijn alle basisscholen begonnen en de rest van de scholen starten volgende week. De zomervakantie is alweer BIJNA voorbij.

Kan mij nog de laatste gesprekken van de docenten in de lerarenkamer herinneren als de dag van gister. “Ben klaar met alles, welke film zal ik toch eens laten zien vandaag?” “Hoe ga jij de diploma uitreiking voorbereiden?” “Heb je gezien welke klassen ik volgend schooljaar heb?” “Zullen ze mijn contract verlengen?”
En ga zo maar door…

We hebben een break gehad en we mogen weer beginnen. Elk docent en elke leerling krijgt een nieuwe kans en gaat er helemaal voor. De V&D en de HEMA draaien weer hoge omzetten en alle leerlingen en docenten komen met een lekker kleurtje en een stralende lach weer terug.

Andere beroepen wil ik zeker niet tekort doen, maar zo’n zeven weken zijn heerlijk om lekker tot rust te komen. Begin van de vakantie las ik dan ook het stuk van Johannes Visser waarin stond dat vier weken vakantie wel genoeg zou zijn. Naar mijn idee hebben wij docenten ook eigenlijk vier weken vakantie, want op het moment dat we vakantie hebben zit ons hoofd nog zo vol van alles dat we zeker een week tot anderhalve week nodig hebben om tot rust te komen. Zo zijn we de laatste anderhalve week weer bezig met wat ons te wachten staat en beginnen we aan de voorbereidingen. Bij elkaar opgeteld hebben we dus ongeveer vier weken echt vakantie, wat ik als docent heerlijk vind.

Nadat we eenmaal terug zijn, moeten wij docenten toegeven dat onze eerste lessen allemaal worden gevuld met de vraag “Hoe was je vakantie?” Dit is de vraag waar de basisschoolleerlingen mee zijn opgevoed en die de middelbare scholieren doet denken aan hun basisschooltijd. Toch willen wij docenten “netjes” starten en stellen we alsnog die vraag. Ik moet eerlijk toegeven dat het soms zorgt voor hilarische momenten. Hieronder een top 3 van de meest bijzondere antwoorden:

Nummer 1: En daarna, daarna, daarna, daarna, daarna, daarna….
Leerling: “Juf, de vakantie begon toch op 6 juli?”
Juf: “Ja.”
Leerling: “Nou kijk, 6 juli was op een zaterdag. Ik stond al om 07:00 uur op en dacht waarom zo vroeg? Dus besloot ik om nog even door te slapen, maar dat lukte niet echt. Daarna stond ik op belde ik een vriend en ging ik voetballen. Na het voetballen moest ik naar huis om te eten. Daarna ging ik nog even op Facebook en Twitter. Daarna zei m’n moeder dat ik moest slapen en deed ik alsof ik ging slapen. Nadat mijn ouders sliepen stond ik op en ging ik achter de playstation zitten. Gelukkig waren al mijn vrienden online en heb ik de hele nacht met hun gespeeld. Daarna was het tijd geworden om te slapen en viel ik rond 05:00 uur in slaap. De volgende dag 7 juli werd ik wakker om 11:00 uur en dacht dit begint er meer op te lijken. Daarna, daarna, daarna, daarna……
Juf: “Oké, als je aan het einde van de les je logboek inlevert, dan beloof ik hem vanavond te lezen.”
Leerling: “Logboek?”
Juf: “:)”

Nummer 2: Privé helikopter….
Leerling: “Juf, in de vakantie moest mijn vader werken en ik mocht met hem mee.”
Juf: “Oh, waar naartoe dan?”
Leerling: “Nou kijk, mijn vader werkt voor zo’n bedrijf waarvoor hij vaak naar het buitenland moet. Hij moest dit keer naar Dubai en ik mocht mee. We gingen naar Schiphol om met KLM naar Dubai te vliegen, maar we waren overboekt. Daarom heeft de werkgever van mijn vader een privé vliegtuig geboekt voor mijn vader en zijn collega’s en vlogen we toch die dag naar Dubai. In Dubai werden we opgehaald met een vette jeep en werden we vervoerd naar het 7 sterren hotel. Juf, was echt een vet mooi hotel! Na drie dagen moest mijn vader dit keer naar Abu Dhabi. Er kwam een privé helikopter landen op het dak van het hotel en wij vertrokken met die helikopter naar Abu Dhabi. Wist niet dat Abu Dhabi zo mooi was. Mijn vader was de hele dag weg en ik werd verwend door allemaal mooie vrouwen. In de avonden…”
Juf: “Wat een fantasie jongen, schrijf een boek!”
Leerling: “Haha, ”

Nummer 3: Niks….
Juf: “Wat heb je in de vakantie gedaan?”
Leerling: “Niks.”
Juf: “Niks?”
Leerling: “Ja niks, verveelde mij dood! Al mijn vrienden waren op vakantie, had niemand om mee af te spreken. Heb wekenlang geslapen, geholpen in het huishouden, op mijn broertjes gepast en bijna niks gedaan. De laatste week, toen iedereen eindelijk terug was, begon school…. ”

Wij docenten zeggen niets voor niets dat het onderwijs je geest jong houdt, de leerlingen zorgen vanaf dag één al voor leuke anekdotes die je scherp houden. Sommigen zijn heel eerlijk en anderen vinden het geweldig om ”de clown” uit te hangen en verhalen te verzinnen. Maar wij hebben allemaal één ding gemeen, we vinden het allemaal stiekem toch weer heerlijk om te mogen beginnen…

Sultan Göksen

Juf, u bent echt dope als u weet wat een donnie is….

Taal is iets wat leeft en wat we dag in, dag uit gebruiken. Zo ontstaan er iedere dag nieuwe woorden en zinnen. Ook verdwijnen er woorden uit de spreek- en schrijftaal en staan ze alleen nog jarenlang in een woordenboek, men spreekt dan van taalverloedering. Waardoor ontstaat dat? Nou heel simpel, door gemakzucht of luiheid (denk aan sms,msn,Twitter taal), maar ook zeker door de straat.

Als docente, werkzaam op een school in Amsterdam West hoor ik regelmatig straattaal om mij heen. Straattaal is geboren uit verschillende talen zoals Engels, Surinaams, Marokkaans en Turks, met het Nederlands als basis. Mijn leerlingen hebben de straattaal dan ook zo eigen gemaakt, dat ze heel vaak geen eens door hebben dat ze in hun vragen, opmerkingen in de klas of in hun antwoorden straattaal gebruiken. Het is een gewenning oftewel hun taal geworden. Zelf had ik hier als beginnend docent erg veel moeite mee. Zo’n zeven jaar geleden kwam ik als getogen Haarlemmer werken op het Marcanti College in Amsterdam West. Uiteraard maakte mijn onwetendheid over straattaal plaats voor grote blunders. Hieronder een top 3 van mijn “straattaal” blunders:

Nummer 3: “Faja”
Tijdens mijn uitleg over consumentenrecht deelde ik met de leerlingen een eigen ervaring. Zo vertelde ik de leerlingen dat ik schoenen had gekocht en dat de hak van diezelfde schoen na één week te hebben gedragen stuk ging. Uiteraard ging ik terug naar de winkel en de winkelier gaf mij gelijk waarop mijn schoenen werden gemaakt op hun kosten. En ja hoor, na één week was weer mijn hak stuk. De winkelier begreep er niks van en gaf mij dit keer een nieuw paar mee. Na dit nieuw paar weer een week te hebben gedragen moest ik weer terug omdat mijn hak weer was afgebroken. De winkelier noteerde mijn klacht en gaf mij dit keer mijn geld terug omdat ik al voor de derde keer was gekomen met dezelfde klacht en zij er geen oplossing meer voor hadden. De leerlingen waren helemaal in shock dat dit mogelijk was, zo was hun reactie: “Juf, u bent echt Faja…” Ik dacht, hoe noemen de leerlingen mij? Vies, vuur, duivel? Dus ik keek ze heel boos aan en vroeg ze om de betekenis. De leerlingen begonnen te lachen en vertelden dat het moeilijk of gevaarlijk betekende, oftewel ze vonden het geweldig dat ik zonder schaamte terug durfde en zo rustig kon blijven. Voor mijn verhaal hadden ze niet geweten dat het kon, net als dat ik niet had geweten dat “Faja” moeilijk of gevaarlijk betekende…

Nummer 2: “Fawaka”
Na een zware werkdag liep ik via de kantine naar de uitgang van de school. De conciërge, die altijd heel vriendelijk is, zwaaide uitbundig naar mij en zei: “Fawaka”. Ik dacht dat ik het verkeerd had gehoord, had namelijk geen flauw idee van wat hij zei, dus zei ik maar “Tot morgen!” en liep snel weg. De volgende dag zocht ik de conciërge op en vroeg hem wat “Fawaka” betekende. De conciërge begon heel hard te lachen en vertelde dat hij al had gedacht dat ik niet wist wat het betekende. Hij vertelde mij dat het “Hoe gaat het?” betekent en dat ik kon antwoorden met “Abon” wat “het gaat goed” betekent. Dat was ook gelijk één van mijn eerste woordjes straattaal die ik had geleerd….

Nummer 1: “Osso”
In mijn eerste jaren gaf ik bijna alleen maar 2e klassen les. Wat mij opviel was dat veel tweede klassers het woord “osso” gebruikten. Zo had ik op een dag mijn les te vroeg afgesloten en mochten de leerlingen van mij de laatste vijf minuten iets voor hun zelf doen. De leerlingen begonnen te praten en weer hoorde ik het woord “osso”. Zelf dacht ik, mijn logische verklaring voor het woord gezien de context waarin het werd gebruikt, dat ze ermee het stadsdeel Osdorp bedoelden. Na een aantal lessen was ik daar zo zeker van geworden dat ik de leerlingen vroeg: “Jongens, wonen jullie allemaal in Osdorp?” De leerlingen keken mij erg verbaasd aan en begonnen te roepen waar ze echt woonden. Ik keek ze verrast aan en vroeg ze “Maar jullie zeiden net “osso”, dat betekent toch Osdorp?”. De leerlingen kwamen niet meer bij van lachen. Ze vertelden mij dat het woord “osso” huis betekende en liepen na de bel lachend mijn klas uit…

Na deze laatste grote blunder wist ik het zeker, ik moest hier een oplossing voor vinden. Heb op internet gezocht naar straattaal en heb er verschillende boeken over aangeschaft. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er een stuk wijzer op ben geworden, maar nam er geen genoegen mee. Wat ik miste op internet en in de boeken waren de woordjes die mijn leerlingen heel vaak gebruikten. De straattaal kent zoveel woordjes, het kan een studie op zich worden. Als oplossing hiervoor heb ik de rest van het jaar leerlingen die straattaal gebruikten in de les, als strafwerk straattaal woordjes laten opschrijven met de betekenissen erachter. Op deze manier had ik twee vliegen in één klap. Straattaal is iets van de straat en moet op straat blijven, maar wilde tegelijkertijd ook weten waar de leerlingen het dan over hadden. Moet eerlijk bekennen dat ik dankzij hun strafwerk tot op de dag van vandaag nog geen nieuwe blunder heb gemaakt.

Elk jaar leer ik weer nieuwe woordjes bij, maar laat het mijn leerlingen niet merken. Daarom blijft het grappig als leerlingen om de zoveel tijd een vraag durven te stellen als: “Juf, u bent echt dope als u weet wat een donnie is…” Leuker is natuurlijk dat ik voor één keer de regels opzij kan zetten en kan antwoorden met: “Jullie zijn echt dope als jullie een donnie gewoon een briefje van tien, een barkie gewoon een briefje van honderd en een doezoe gewoon een briefje van duizend euro noemen, want ook al is het faja voor jullie, op het eindexamen reken ik het fout…”.

Sultan Göksen

Gerelateerde links:
http://www.straatwoordenboek.nl/
http://www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Amsterdamse%20straattaal
http://www.stoerejongenzzz.nl/straattaal/

Online uitleggen…

De laatste jaren zijn de uitgaven van huishoudens aan bijles, gegeven door huiswerkinstituten en particuliere bijlesgevers enorm gestegen tot wel ruim 149 miljoen euro per jaar, waarvan 99 miljoen per jaar in het voortgezet onderwijs. Zo’n vijf jaar geleden was dit bedrag nog 26 miljoen euro per jaar, waarvan 22 miljoen binnen het voortgezet onderwijs (CBS). Natuurlijk hartstikke goed voor onze economie, maar wat zegt het over ons onderwijs? Het doet mij denken aan het onderwijssysteem van Turkije waar alle leerlingen na school of in het weekend standaard naar zo’n huiswerkinstituut gaan om extra hoge punten te kunnen scoren voor hun eindexamen, genaamd ÖSS.

Gaan wij in Nederland ook die richting op? Daar lijkt het wel op. Als een leerling maar even moeite heeft met een onderwerp wordt er een bijlesdocent ingeschakeld. Of het nu een basisschoolleerling is die extra ondersteuning wil voor zijn entreetoets of een VWO leerling die extra uitleg nodig heeft voor zijn wiskunde toets. Alles kan en is mogelijk mits men het kan betalen.

Maar wat moeten de leerlingen doen waarvan de ouders geen huiswerkinstituut of een particuliere bijlesgever kunnen betalen? Als we ervan uitgaan dat leerlingen extra ondersteuning thuis nodig hebben en wij docenten dit alle leerlingen gunnen, dan moeten we het proces van privatisering binnen het onderwijs stoppen door middelen aan te reiken. Middelen waar alle leerlingen gebruik van kunnen maken.

Zo toont een ander onderzoek van het CBS aan dat ruim 86% van de jongeren tussen de 12-25 jaar de hele dag door online zijn. Bijna drie kwart van hen mailt en ruim twee derde neemt deel aan sociale netwerken zoals Hyves, Facebook en Twitter. Weer zo’n ruim twee derde leest het nieuws en twee kwart doet aan ontspanning zoals het luisteren naar muziek of het spelen van spelletjes.

Uit ervaring weet ik dat mijn leerlingen vastgeplakt zitten aan hun mobiele telefoon. Ze willen honderd keer overschrijven, nablijven of zelfs schoonmaken als ik maar hun telefoon niet inneem. Het is zelfs zo erg dat leerlingen hun telefoon ”mijn leven” noemen.

Als zoveel jongeren de hele dag door online zijn, is de vraag wat wij ermee in onze lessen doen. Het is geen hype meer wat volgend jaar niet meer bestaat, het is een totale verandering van omgang binnen de maatschappij. Daarom is het hoog tijd dat we er onze voordelen uit moeten halen binnen het onderwijs, bijvoorbeeld door het aanreiken van middelen.

Op hogescholen en universiteiten doen ze het al. Studenten kunnen bijna 60% van de colleges online vinden, tevens zijn er fora waar ze vragen aan elkaar kunnen stellen en elkaar kunnen helpen.

Waarom lopen wij in het voortgezet onderwijs zo achter? Dat terwijl er juist in het voortgezet onderwijs zoveel vraag is naar extra ondersteuning thuis. Hoe ideaal zou het voor een leerling zijn uitleg van moeilijke onderwerpen online te kunnen vinden of via fora aan zijn klasgenoten en docent vragen te kunnen stellen. Zou dit geen perfecte oplossing kunnen zijn voor leerlingen die geen bijlesdocent kunnen betalen?

Uiteraard kost het ons docenten heel veel tijd om filmpjes te maken en deze online te zetten, maar we krijgen er ook degelijk wat voor terug. Namelijk hogere eindexamenresultaten, gemotiveerde leerlingen en extra tijd in de lessen. Het is een kwestie van één keer erop zetten en je kunt er weer een paar jaar mee verder.

Gelukkig zijn er docenten die dit al doen. Het werk wat al is gedaan hoeft niet opnieuw gedaan te worden. Op YouTube staan er al een aantal voorbeelden van uitleg waar je als docent je eigen leerlingen op kunt attenderen. Indien onderwerpen er niet tussen staan kunnen we deze zelf toevoegen.

Zo kunnen de huishoudens geld besparen, zeker in deze slechte tijden, en alle leerlingen thuis extra ondersteuning bieden zonder dat ze ervoor hoeven te betalen. Onderwijs behoort tot de collectieve sector en zo moet het ook blijven…

Sultan Göksen
www.jufgoksen.com/filmpjes