Innovatieve ondernemers van de toekomst…

Nog even en dan is het zover, The Global Entrepreneurshipweek (18-11-2013-24-11-2013) staat alweer voor de deur en de voorbereidingen zijn in volle gang Tijdens deze Global Entrepreneurship Week rennen de jonge ondernemers, studenten en scholieren van de ene activiteit naar de andere om ideeën en connecties te verzamelen. In die zin kunnen we de Global Entrepreneurship Week ook vergelijken met de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf of met ”de rebajas” van Spanje, waar de shopaholics ook moeten rennen om de leukste koopjes in te slaan. Het doel van zo’n week is echter dat de jonge ondernemers, studenten en scholieren de ondernemer in zichzelf leren ontdekken en zo de innovatieve ondernemers van de toekomst kunnen worden. 

Dit is inderdaad een groot doel, waarbij veel hulp nodig is vanuit de opleidingen omdat één week daar zeker niet voldoende voor is. Zo ondersteunen wij op het Marcanti College dit doel door businesslessen aan VMBO leerlingen aan te bieden, waarbij ze leren hun eigen onderneming op te zetten en deze staande te houden. Het leuke van deze businesslessen is dat leerlingen van het Marcanti College mij niet meer zien als alleen een economiejuf maar ook als een ondernemersadviseur, Kamer van Koophandelmedewerker, accountant of zelfs als een belastingmedewerker. Ik krijg dan ook de gekste, leukste en pittigste vragen die ik elke dag in mijn pauzes, tijdens mijn lessen en na schooltijd moet beantwoorden. Het is geweldig hoe leerlingen op hun eigen manier bezig zijn met het ondernemen! Een ding weet ik dan ook zeker en dat is dat dankzij de businessklassen het ondernemen echt is gaan leven op het Marcanti College. Hieronder deel ik dan ook graag mijn top 3 ervaringen, waaruit blijkt dat het ondernemen niet alleen bij de leerlingen maar ook bij de docenten van het Marcanti College leeft.  

Nummer 1: “Juf, mag ik ook mijn Dirk van den Broek pantalon aan? ”

Mijn collega’s en ik werken heel hard om van deze leerlingen echte ondernemers te maken, maar daarnaast hebben we natuurlijk ook als businessdocenten een voorbeeldfunctie. Wij moeten als businessdocenten veel ondernemen om voor de leerlingen de lessen nog veel leerzamer en aantrekkelijker te maken.

In het 4e leerjaar van het VMBO gaan de leerlingen van de businessklassen op studiereis naar Istanbul. De leerlingen presenteren daar op vergelijkbare scholen hun ondernemingsplannen in het Engels en leggen bedrijfsbezoeken af. Omdat alle leerlingen in Istanbul een uniform dragen, verplichten wij onze leerlingen om een zwarte pantalon en een witte overhemd/blouse te dragen tijdens de schoolbezoeken. Ik kan niet uitleggen hoeveel moeite dit onze leerlingen elk jaar kost. De meeste leerlingen hebben namelijk op die leeftijd helemaal geen pantalon en zo vroegen er zelfs een paar: “Juf, mag ik ook mijn Dirk van den Broek pantalon aan? ”

Dankzij het schoonmaakbedrijf Succes zijn wij op het Marcanti College van dit probleem af. Het schoonmaakbedrijf Succes leerde ik zo’n maand geleden kennen dankzij mijn collega Fatma Topcu. Toen mijn collega mij over dit bedrijf vertelde, had ik in tegenstelling tot mijn collega geen hoge verwachtingen, maar door 25 kostuums voor onze businessklassen te sponsoren heeft dit bedrijf mijn stoutste verwachtingen overtroffen! Het bedrijf Hazet kwam dan ook een aantal weken geleden in opdracht van het schoonmaakbedrijf Succes om de maten van onze businessleerlingen op te meten voor deze kostuums. De glinstering in de ogen van mijn leerlingen kan ik niet beschrijven, net als de voldoening die mijn collega en ik daarbij kregen. Wij kunnen dan ook niet wachten om onze businessleerlingen in Istanbul te zien presenteren in dit driedeling kostuum!

Nummer 2: “Wat versta jij onder ondernemen? ”

In het kader van The Global Entrepreneurship Week kreeg Issam el Khalipa van de businessklas de opdracht om uit te zoeken wat leerlingen, studenten en ondernemers verstaan onder het ondernemen.   Met z’n camera ging hij geheel onverwacht bij leerlingen, studenten en docenten langs met de  vraag:  “Wat versta jij onder ondernemen?” Het resultaat was geweldig om te zien! Issam was verrast dat vooral de studenten en de docenten zonder enige angst wilden meewerken. Bij de leerlingen vond hij het wel lastiger, want het filmpje zou nou eenmaal in de kantine tijdens The Global Entrepreneurship Week op het grote scherm uitgezonden worden. Al met al hebben een hele hoop leerlingen, studenten en docenten meegedaan en kunnen we tijdens The Global Entrepreneurship Week het filmpje met trots op ons grote scherm in de kantine afspelen.

Nummer 3: “Juf, heeft u een wireless presenter nodig? ”

Elke docent heeft zijn eigen manier van lesgeven. Zo vind ik het erg fijn om elke les met PowerPoints te werken en ik  denk ook dat met de komst van de smartboards dit eigenlijk bijna van ons verwacht wordt. Op het Marcanti College heeft elk lokaal dan ook zo’n smartboard en maken bijna alle docenten hier volop gebruik van. Aan het begin van het schooljaar maakte ik vaak gebruik van mijn wireless presenter tijdens mijn lessen. De meeste leerlingen zagen voor het eerst zo’n wireless presenter en vonden het een geweldig apparaat. Helaas was ik mijn wireless usb (wat hoort bij mijn presenter) ergens vergeten, waardoor ik deze tegenwoordig niet meer kan gebruiken.

Tot mijn grote verbazing kwamen twee weken geleden mijn havo-leerlingen naar mij toe met de vraag: “Juf, heeft u een wireless presenter nodig? ”  Ik reageerde in eerste instantie verbaasd, maar ze vertelden mij dat ze een onderneming hadden gestart in wireless presenters en dat ze goede deals hadden gesloten met groothandelaren. Hierdoor konden ze mij een wireless presenter aanbieden voor de helft van de prijs waarvoor ik hem had gekocht. Als econoom en hun oude businessjuf was ik gelijk om en voelde ik mij enorm trots! Mijn leerlingen waren een kleine onderneming gestart om ons, de docenten,  gadgets aan te bieden die we goed konden gebruiken tijdens het lesgeven.

Dit deed mij dan ook denken aan al mijn andere oud businessleerlingen die een eigen onderneming in de horeca, textiel en fotografie hadden opgezet. Het zijn ook nog wel kleine ondernemingen, waarvan er al eentje failliet is, maar ik weet zeker dat ze het nog een keer zullen proberen en het dit keer professioneler zullen aanpakken. Want zij, als innovatieve ondernemers van de toekomst, zien risico’s niet meer als een belemmering, maar juist als een beloning, omdat zij hebben geleerd dat risico’s leiden tot innovatie en dus een verbetering van de wereld.

Sultan Göksen


 

 

Dialoog…

Leerling: “Juf, dat doen jullie docenten tijdens vergaderingen dus!”

“Wat doen wij?”

Leerling: “Met poppen spelen, haha!”

“Begrijp je niet Youssra.”

Leerling: “U heeft perongelijk mij gemaild in plaats van juf Youssra. Er stond in het mailtje, vergeet niet je POP mee te nemen, haha!”

“Haha, POP staat voor Persoonlijke OntwikkelingsPlan Youssra ;)”

Leerling: “Oh, oeps haha”

Youssra el A. (Business class)

Juf, in de vakantie heb ik…..

“Wat zal ik toch eens doen? Over een paar dagen moet ik alweer aan de bak!”
De gedachte van zo’n duizenden docenten… Deze week zijn alle basisscholen begonnen en de rest van de scholen starten volgende week. De zomervakantie is alweer BIJNA voorbij.

Kan mij nog de laatste gesprekken van de docenten in de lerarenkamer herinneren als de dag van gister. “Ben klaar met alles, welke film zal ik toch eens laten zien vandaag?” “Hoe ga jij de diploma uitreiking voorbereiden?” “Heb je gezien welke klassen ik volgend schooljaar heb?” “Zullen ze mijn contract verlengen?”
En ga zo maar door…

We hebben een break gehad en we mogen weer beginnen. Elk docent en elke leerling krijgt een nieuwe kans en gaat er helemaal voor. De V&D en de HEMA draaien weer hoge omzetten en alle leerlingen en docenten komen met een lekker kleurtje en een stralende lach weer terug.

Andere beroepen wil ik zeker niet tekort doen, maar zo’n zeven weken zijn heerlijk om lekker tot rust te komen. Begin van de vakantie las ik dan ook het stuk van Johannes Visser waarin stond dat vier weken vakantie wel genoeg zou zijn. Naar mijn idee hebben wij docenten ook eigenlijk vier weken vakantie, want op het moment dat we vakantie hebben zit ons hoofd nog zo vol van alles dat we zeker een week tot anderhalve week nodig hebben om tot rust te komen. Zo zijn we de laatste anderhalve week weer bezig met wat ons te wachten staat en beginnen we aan de voorbereidingen. Bij elkaar opgeteld hebben we dus ongeveer vier weken echt vakantie, wat ik als docent heerlijk vind.

Nadat we eenmaal terug zijn, moeten wij docenten toegeven dat onze eerste lessen allemaal worden gevuld met de vraag “Hoe was je vakantie?” Dit is de vraag waar de basisschoolleerlingen mee zijn opgevoed en die de middelbare scholieren doet denken aan hun basisschooltijd. Toch willen wij docenten “netjes” starten en stellen we alsnog die vraag. Ik moet eerlijk toegeven dat het soms zorgt voor hilarische momenten. Hieronder een top 3 van de meest bijzondere antwoorden:

Nummer 1: En daarna, daarna, daarna, daarna, daarna, daarna….
Leerling: “Juf, de vakantie begon toch op 6 juli?”
Juf: “Ja.”
Leerling: “Nou kijk, 6 juli was op een zaterdag. Ik stond al om 07:00 uur op en dacht waarom zo vroeg? Dus besloot ik om nog even door te slapen, maar dat lukte niet echt. Daarna stond ik op belde ik een vriend en ging ik voetballen. Na het voetballen moest ik naar huis om te eten. Daarna ging ik nog even op Facebook en Twitter. Daarna zei m’n moeder dat ik moest slapen en deed ik alsof ik ging slapen. Nadat mijn ouders sliepen stond ik op en ging ik achter de playstation zitten. Gelukkig waren al mijn vrienden online en heb ik de hele nacht met hun gespeeld. Daarna was het tijd geworden om te slapen en viel ik rond 05:00 uur in slaap. De volgende dag 7 juli werd ik wakker om 11:00 uur en dacht dit begint er meer op te lijken. Daarna, daarna, daarna, daarna……
Juf: “Oké, als je aan het einde van de les je logboek inlevert, dan beloof ik hem vanavond te lezen.”
Leerling: “Logboek?”
Juf: “:)”

Nummer 2: Privé helikopter….
Leerling: “Juf, in de vakantie moest mijn vader werken en ik mocht met hem mee.”
Juf: “Oh, waar naartoe dan?”
Leerling: “Nou kijk, mijn vader werkt voor zo’n bedrijf waarvoor hij vaak naar het buitenland moet. Hij moest dit keer naar Dubai en ik mocht mee. We gingen naar Schiphol om met KLM naar Dubai te vliegen, maar we waren overboekt. Daarom heeft de werkgever van mijn vader een privé vliegtuig geboekt voor mijn vader en zijn collega’s en vlogen we toch die dag naar Dubai. In Dubai werden we opgehaald met een vette jeep en werden we vervoerd naar het 7 sterren hotel. Juf, was echt een vet mooi hotel! Na drie dagen moest mijn vader dit keer naar Abu Dhabi. Er kwam een privé helikopter landen op het dak van het hotel en wij vertrokken met die helikopter naar Abu Dhabi. Wist niet dat Abu Dhabi zo mooi was. Mijn vader was de hele dag weg en ik werd verwend door allemaal mooie vrouwen. In de avonden…”
Juf: “Wat een fantasie jongen, schrijf een boek!”
Leerling: “Haha, ”

Nummer 3: Niks….
Juf: “Wat heb je in de vakantie gedaan?”
Leerling: “Niks.”
Juf: “Niks?”
Leerling: “Ja niks, verveelde mij dood! Al mijn vrienden waren op vakantie, had niemand om mee af te spreken. Heb wekenlang geslapen, geholpen in het huishouden, op mijn broertjes gepast en bijna niks gedaan. De laatste week, toen iedereen eindelijk terug was, begon school…. ”

Wij docenten zeggen niets voor niets dat het onderwijs je geest jong houdt, de leerlingen zorgen vanaf dag één al voor leuke anekdotes die je scherp houden. Sommigen zijn heel eerlijk en anderen vinden het geweldig om ”de clown” uit te hangen en verhalen te verzinnen. Maar wij hebben allemaal één ding gemeen, we vinden het allemaal stiekem toch weer heerlijk om te mogen beginnen…

Sultan Göksen

Juf, u bent echt dope als u weet wat een donnie is….

Taal is iets wat leeft en wat we dag in, dag uit gebruiken. Zo ontstaan er iedere dag nieuwe woorden en zinnen. Ook verdwijnen er woorden uit de spreek- en schrijftaal en staan ze alleen nog jarenlang in een woordenboek, men spreekt dan van taalverloedering. Waardoor ontstaat dat? Nou heel simpel, door gemakzucht of luiheid (denk aan sms,msn,Twitter taal), maar ook zeker door de straat.

Als docente, werkzaam op een school in Amsterdam West hoor ik regelmatig straattaal om mij heen. Straattaal is geboren uit verschillende talen zoals Engels, Surinaams, Marokkaans en Turks, met het Nederlands als basis. Mijn leerlingen hebben de straattaal dan ook zo eigen gemaakt, dat ze heel vaak geen eens door hebben dat ze in hun vragen, opmerkingen in de klas of in hun antwoorden straattaal gebruiken. Het is een gewenning oftewel hun taal geworden. Zelf had ik hier als beginnend docent erg veel moeite mee. Zo’n zeven jaar geleden kwam ik als getogen Haarlemmer werken op het Marcanti College in Amsterdam West. Uiteraard maakte mijn onwetendheid over straattaal plaats voor grote blunders. Hieronder een top 3 van mijn “straattaal” blunders:

Nummer 3: “Faja”
Tijdens mijn uitleg over consumentenrecht deelde ik met de leerlingen een eigen ervaring. Zo vertelde ik de leerlingen dat ik schoenen had gekocht en dat de hak van diezelfde schoen na één week te hebben gedragen stuk ging. Uiteraard ging ik terug naar de winkel en de winkelier gaf mij gelijk waarop mijn schoenen werden gemaakt op hun kosten. En ja hoor, na één week was weer mijn hak stuk. De winkelier begreep er niks van en gaf mij dit keer een nieuw paar mee. Na dit nieuw paar weer een week te hebben gedragen moest ik weer terug omdat mijn hak weer was afgebroken. De winkelier noteerde mijn klacht en gaf mij dit keer mijn geld terug omdat ik al voor de derde keer was gekomen met dezelfde klacht en zij er geen oplossing meer voor hadden. De leerlingen waren helemaal in shock dat dit mogelijk was, zo was hun reactie: “Juf, u bent echt Faja…” Ik dacht, hoe noemen de leerlingen mij? Vies, vuur, duivel? Dus ik keek ze heel boos aan en vroeg ze om de betekenis. De leerlingen begonnen te lachen en vertelden dat het moeilijk of gevaarlijk betekende, oftewel ze vonden het geweldig dat ik zonder schaamte terug durfde en zo rustig kon blijven. Voor mijn verhaal hadden ze niet geweten dat het kon, net als dat ik niet had geweten dat “Faja” moeilijk of gevaarlijk betekende…

Nummer 2: “Fawaka”
Na een zware werkdag liep ik via de kantine naar de uitgang van de school. De conciërge, die altijd heel vriendelijk is, zwaaide uitbundig naar mij en zei: “Fawaka”. Ik dacht dat ik het verkeerd had gehoord, had namelijk geen flauw idee van wat hij zei, dus zei ik maar “Tot morgen!” en liep snel weg. De volgende dag zocht ik de conciërge op en vroeg hem wat “Fawaka” betekende. De conciërge begon heel hard te lachen en vertelde dat hij al had gedacht dat ik niet wist wat het betekende. Hij vertelde mij dat het “Hoe gaat het?” betekent en dat ik kon antwoorden met “Abon” wat “het gaat goed” betekent. Dat was ook gelijk één van mijn eerste woordjes straattaal die ik had geleerd….

Nummer 1: “Osso”
In mijn eerste jaren gaf ik bijna alleen maar 2e klassen les. Wat mij opviel was dat veel tweede klassers het woord “osso” gebruikten. Zo had ik op een dag mijn les te vroeg afgesloten en mochten de leerlingen van mij de laatste vijf minuten iets voor hun zelf doen. De leerlingen begonnen te praten en weer hoorde ik het woord “osso”. Zelf dacht ik, mijn logische verklaring voor het woord gezien de context waarin het werd gebruikt, dat ze ermee het stadsdeel Osdorp bedoelden. Na een aantal lessen was ik daar zo zeker van geworden dat ik de leerlingen vroeg: “Jongens, wonen jullie allemaal in Osdorp?” De leerlingen keken mij erg verbaasd aan en begonnen te roepen waar ze echt woonden. Ik keek ze verrast aan en vroeg ze “Maar jullie zeiden net “osso”, dat betekent toch Osdorp?”. De leerlingen kwamen niet meer bij van lachen. Ze vertelden mij dat het woord “osso” huis betekende en liepen na de bel lachend mijn klas uit…

Na deze laatste grote blunder wist ik het zeker, ik moest hier een oplossing voor vinden. Heb op internet gezocht naar straattaal en heb er verschillende boeken over aangeschaft. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er een stuk wijzer op ben geworden, maar nam er geen genoegen mee. Wat ik miste op internet en in de boeken waren de woordjes die mijn leerlingen heel vaak gebruikten. De straattaal kent zoveel woordjes, het kan een studie op zich worden. Als oplossing hiervoor heb ik de rest van het jaar leerlingen die straattaal gebruikten in de les, als strafwerk straattaal woordjes laten opschrijven met de betekenissen erachter. Op deze manier had ik twee vliegen in één klap. Straattaal is iets van de straat en moet op straat blijven, maar wilde tegelijkertijd ook weten waar de leerlingen het dan over hadden. Moet eerlijk bekennen dat ik dankzij hun strafwerk tot op de dag van vandaag nog geen nieuwe blunder heb gemaakt.

Elk jaar leer ik weer nieuwe woordjes bij, maar laat het mijn leerlingen niet merken. Daarom blijft het grappig als leerlingen om de zoveel tijd een vraag durven te stellen als: “Juf, u bent echt dope als u weet wat een donnie is…” Leuker is natuurlijk dat ik voor één keer de regels opzij kan zetten en kan antwoorden met: “Jullie zijn echt dope als jullie een donnie gewoon een briefje van tien, een barkie gewoon een briefje van honderd en een doezoe gewoon een briefje van duizend euro noemen, want ook al is het faja voor jullie, op het eindexamen reken ik het fout…”.

Sultan Göksen

Gerelateerde links:
http://www.straatwoordenboek.nl/
http://www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Amsterdamse%20straattaal
http://www.stoerejongenzzz.nl/straattaal/

Vasten en geloven….

En vandaag is het dan zover! De negende maand van de islamitische maankalender is aangebroken, dus we mogen weer een maand lang vasten. Dat betekent dat men tussen de dageraad (ruim voor zonsopgang) tot en met de zonsondergang niet mag eten, drinken en nee ook geen water mag drinken of kauwgom mag kauwen.

We hebben dan ”gelukkig” vakantie in het onderwijs, maar wij hebben jarenlang ook gevast, terwijl we moesten werken. Nu werk ik op een school met veel leerlingen van Marokkaanse en Turkse afkomst die ook gewoon meededen als ze school hadden en nu weer meedoen.

Hoe gaat dat dan zou je denken? Nou als volgt; leerlingen die een maand lang niet eten en drinken in de les, leerlingen die bijna een maand lang niet meer naar de WC hoeven tijdens de les, leerlingen die geen kauwgom kauwen in de les, leerlingen die weinig tot niet schelden in de les. Maar ook leerlingen die half slapend in de lessen zitten, leerlingen die veranderen in mini imam’s en elkaar corrigeren op alles, leerlingen die klagen over elke toets die een docent opgeeft, leerlingen die vaak te laat komen, leerlingen die zich vaker ziek melden en ga zo maar door.

Toch denk ik altijd met een glimlach terug aan die tijd. Hieronder een top 3 van mijn meest grappige herinneringen:

1. Tijdens mijn uitleg over het onderdeel verzekeringen wilde ik de leerlingen de wet productaansprakelijkheid uitleggen aan de hand van een voorbeeld van de Mac Donald’s. Vanaf het moment dat ik Mac Donald’s had uitgesproken werden alle leerlingen wakker. De leerlingen begonnen te roepen of ik het expres deed, waarom ik niet een autogarage als voorbeeld nam maar had gekozen voor Mac Donald’s? En opeens vlogen alle menunamen door de klas en ik besefte dan ook dat ik hier inderdaad beter over had moeten nadenken….

2. Sommige gewoontes leer je als docent niet af en wil je eigenlijk ook niet afleren, maar soms komen deze niet echt goed van pas. Zo zie ik heel snel of een leerling kauwgom kauwt in de klas. Ook tijdens de Ramadan zag ik een meisje kauwgom kauwen, maar ik realiseerde mij niet dat het Ramadan was en riep door de klas: “Merve, wil je alsjeblieft je kauwgom weggooien?” Op dat moment werd dat meisje zó rood. Want ze was blijkbaar ongesteld, waardoor ze niet mee kon vasten. Nu wist de hele klas dat…

3. Heb een collega met prachtige wimpers. Zij krijgt ook vaak complimenten van haar omgeving en van haar leerlingen. Uiteraard gebruikt zij net als alle andere vrouwen over de hele wereld mascara. Tijdens de Ramadan kreeg zij opeens de vraag van een leerling of ze wel mascara mocht gebruiken tijdens het vasten. Waarop mijn collega reageerde met: “Mijn mascara is niet eetbaar, dus waarom niet….”

Deze leerlingen zijn echt geweldig! Ook tijdens de Ramadan kun je met ze lachen. Elk jaar opnieuw heb ik zoveel respect voor deze leerlingen, die het zo lang kunnen volhouden. Want elk jaar worden de dagen langer en wordt het er dus niet makkelijker op.

Soms vroeg ik mij echt af hoe leerlingen die alle andere maanden niet eens een seconde van hun pauze wilden missen, omdat ze anders geen Turkse Pizza of een broodje kipkorn uit de kantine konden halen, nu een maand lang niks konden eten en drinken tot de zonsondergang.

Waar kwam opeens dat geduld en die innerlijke rust vandaan? Uiteraard is het hun geloof waar de leerlingen zoveel respect voor hebben. Ook geeft Abraham Maslow met zijn piramide van Maslow hier een goede verklaring voor: lichamelijke behoeften staan onderaan zijn piramide en bijna aan kop staat de behoefte aan waardering, erkenning en zelfrespect. De leerlingen geloven in hun geloof en kiezen uit zelfrespect om te vasten. Daarbij krijgen ze ook nog eens als kers op de taart, veel waardering en erkenning van hun omgeving.

Dit wetende rest ons docenten nog een ding; geloven, geloven en geloven in leerlingen en uit zelfrespect excellente lessen geven. Dan krijgen wij vanzelf (insha’Allah) als beloning waardering, erkenning, super geduldige en leergierige leerlingen !!!

Sultan Göksen

Juf, ben te laat omdat…..

Dankzij onder andere Het Puberende Brein van Eveline Crone weten we dat jongeren moeilijk kunnen opstaan. Dus wanneer jongeren in de ochtend te laat komen moeten wij, docenten, niet al te verrast zijn. Maar in de middag dan? Tussen de leswisselingen of na de pauzes? Ook dan presteren een hele hoop leerlingen om te laat te komen.

Iedereen komt wel eens te laat. Maar de opgegeven redenen hiervoor zijn bij ons volwassenen al vaak gebruikt: file,lekke band,brug stond open, de wekker was stuk .

Ja, we kennen ze allemaal! Opvallend is, dat jongeren zoveel creatiever in het vinden van excuses zijn dan wij docenten. Hieronder deel ik dan ook graag mijn top drie van het afgelopen jaar;

Op nummer 3; ‘Juf, ik ben aangereden!’

Leerling: ‘Juf, ik ben aangereden door een bus, maar ben toch rennend naar uw les gekomen!’

Juf: `Rennend?`

Leerling: ‘Uhmm, ja m’n been voelde ik even niet door de shock maar nu weer wel. Mag ik ijs halen bij Hassan?” (Hassan is één van de conciërges)’

Juf: `Vooruit, maar niet rennen op de gang…!

Nummer 2; Broodje Döner

Leerling: ‘Juf, ìk was in de pauze naar de Doner zaak hier verderop. Ik zei nog tegen de Turk die mijn Turkse Pizza aan het maken was: `Schiet op, anders ben ik door jou te laat.` Maar die Turk achter de balie was erg traag… Mag ik er alstublieft in?’

Juf: `Turk?`

Leerling: ‘O sorry juf. Ik wilde u niet beledigen. U bent niet traag, maar die Turk was echt traag….’

Nummer 1;` Het OV laat mij in de steek.’

Leerling: ‘Juf, u moet mij geloven.’

Juf: `Ik luister…`

Leerling: ‘Ik ging weg van huis en liep naar de bushalte. Nadat ik daar was aangekomen heb ik 15 minuten op de bus gewacht. Nadat de bus was gekomen merkte ik dat ik mijn OV was vergeten. Ik rende terug naar huis en mijn moeder gooide hem vanaf de tweede verdieping naar beneden. Juf, ik zei nog tegen mijn moeder:`Niet gooien, breng naar beneden`, Maar mijn broertje was wakker en ze had geen tijd.’

Juf: `Je houdt wel van commanderen hé?

Leerling: ‘Huh, uhmm ja. Maar mijn OV viel op het balkon van de bewoners van de 1e verdieping. Ik heb 5 minuten lang aangebeld maar niemand deed open. Daarna ben ik maar rennend naar school gekomen. Maar ik besef dat ik nu echt naar zweet stink. Heeft er iemand deodorant? En ik ben kapot. Mag ik nu zitten?’

Juf: `Als je liegt spreek ik met je moeder af om je een week lang rennend naar school te sturen. Deal?`

Leerling: ‘Deal.’

Uit het bovenstaande kunnen we opmaken dat het nooit de fout is van de leerlingen, altijd van een ander. Maar soms doen leerlingen echt moeite om iets origineels te verzinnen en het daardoor zeker verdienen om “geloofd” te worden. . Al is het maar om even te ontspannen met de klas en om thuis een grappig verhaal te kunnen vertellen…

Van klaslokaal naar de maatschappij….

Het einde van het jaar is in zicht en de praktijkexamens zijn in volle gang bezig.
Elk jaar vraag ik mij opnieuw af, waarom ik voor het vak Handel en Verkoop, het klaslokaal moet omtoveren in een supermarkt, drogist, stomerij of bloemenzaak. En dan niet alleen één keer voor het examen maar ook een paar keer om het te oefenen. Ik zeg bewust een paar keer, want leerlingen hebben het echt nodig!
Tevens zijn er genoeg simulaties voor de leerlingen ontwikkeld maar in de praktijk doen leerlingen het uiteindelijk toch matig. Hoe kan dit?

Het ligt eigenlijk heel simpel: net als stagiaires die in theorie dankzij Ebbens [1] precies weten hoe ze les moeten geven, doen als ze voor de klas staan alles behalve volgens Ebbens lesgeven. Het zit hem dus in het toepassen van de theorie.

De vraag is: hoe laten wij docenten dat doen? En waarom laten wij dat op die manier doen? Toveren wij klassen om tot bijvoorbeeld een winkel, omdat je het zo hebt geleerd van je collega, of omdat je gewoon niet beter weet?

Voor alle duidelijkheid: om je klaslokaal om te toveren tot een winkel moet je inkopen doen, alles inrichten, een kassa meenemen en een rooster maken voor de leerlingen omdat ze niet tegelijkertijd kunnen oefenen. Je bent na het oefenen van alleen de kassaopdracht al, gemiddeld twee weken bezig met één klas. Wat je nog een aantal keren moet herhalen!
Is dit niet zonde van je tijd als docent?

Je vraagt je af hoe het dan wel zou moeten. Ik denk dat je het niet ver hoeft te zoeken. Je kunt leerlingen makkelijk een week op je eigen school de telefoon laten opnemen bij de administratie, of bij de meeting point. Je zou hen een week in de kantine kunnen laten werken. Op deze manier kunnen leerlingen direct de geleerde theorie toepassen op school. Daarnaast is de eigen school ook nog eens een veilige omgeving waarin de leerlingen kunnen leren.

Daarnaast is er in de buurt van je eigen school vast wel een markt, winkel, of bakker te vinden. Laat de leerlingen bijvoorbeeld een week in een callcenter stage lopen, een week in een supermarkt, een week bij een bloemist, of een week in een kantoor dat gespecialiseerd is in boekhouden. De leerlingen zullen dan leren hoe het echt werkt en begrijpen waarom ze zich op een bepaalde manier horen te gedragen. Ze zullen bij een fout in een reële omgeving de consequenties beter snappen. Zelfs het eindexamen zouden we in een echte omgeving kunnen afnemen, met echte klanten.

Wij docenten werken heel hard, maar vergeten na te denken over het leerrendement. We moeten ons afvragen hoe we het leerrendement kunnen verhogen in plaats van ons af te vragen hoe we er meer uren/docenten voor kunnen vragen. Want het wiel kan niet voor een tweede keer worden uitgevonden…


[1] Ebbens & Ettekoven, Effectief leren, Utrecht: Noordhoff Uitgevers B.V. 2013.

Hoe we leerlingen enthousiast maken voor ondernemen…

Hoe we leerlingen enthousiast maken voor ondernemen…

Leerlingen enthousiast maken voor iets is erg leuk maar net zo vermoeiend. Toch doen wij docenten elke dag niks anders, maar waarom doen we het dan? Omdat het ons vak is of doen we het gewoon onbewust?

In mijn Business class had ik altijd het gevoel dat leerlingen daarin zaten omdat ze gewoon naar het buitenland wilden. Hoe vaak ik ook zelf enthousiast was over mijn lessen moet ik toegeven dat ik dat vaak niet terug zag in mijn leerlingen, tot ik werd geconfronteerd door mijn leerlingen Ishaak en Halil.

Ishaak zit al twee jaar in mijn Business plus class en komt altijd moe binnen (geef elke vrijdag het 7e en 8e uur les), maar ondanks dat werkt hij wel. De afgelopen maand vroeg hij of zijn vriend Halil ook een paar lessen mee mocht doen. Was natuurlijk verbaast, het blijven wel VMBO leerlingen die het liefst zo snel mogelijk op de vrijdag naar huis willen. En ja hoor, Halil mocht van mij komen. Halil hielp het groepje en luisterde aandachtig naar de gastdocenten en wilde mee naar de bedrijfsuitjes en de KvK.

Begreep niet wat deze jongen kwam doen, mijn theorie was namelijk dat de leerlingen alleen kwamen omdat ze naar het buitenland mochten. Deze jongen wist dat dat voor hem niet meer mogelijk was maar kwam toch. Dit zette mij aan het denken en vroeg het deze jongen uiteindelijk. Op dat moment kwam ik erachter dat Ishaak en Halil samen een onlineshop hadden geopend. Ishaak was het brein erachter en Halil de ICT beheerder. Halil kwam dan ook naar de lessen omdat hij had gezien dat Ishaak creatiever was geworden tijdens de Business lessen en wilde zelf ook ideeën opdoen.

Als je aan mij vraagt waar ik trotser op ben zou ik het niet weten. Aan de ene kant twee enthousiaste leerlingen die een bedrijf starten en aan de andere kant een leerling die vrijwillig naar de Business plus class komt om ideeën op te doen en creatiever te denken!

Op de vraag waarom we onze leerlingen enthousiast proberen te maken kan ik geen beter antwoord geven dan hierboven beschreven. Al is het maar bij één leerling gelukt, dat geeft ons docenten genoeg energie om door te gaan. Maar een feit is en blijft dat het in ons leraren zit en wij het ook vaak onbewust doen. Hoog tijd om van onbewust naar bewust coachen te gaan…

Geschreven door: Sultan Göksen [Docent, Marcanti Esprit Scholen]

http://zakeninturkije.nl/nieuwsmeer_1264_hoe-we-leerlingen-enthousiast-maken-voor-ondernemen.html